Extra aandacht voor een kind (zorgverbreding).
De leerlingzorg is gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de zorg aan alle leerlingen op onze school. Hiervoor moeten we allereerst:
- de klas kiezen als centrum van handelen,
- in de klas komen tot differentiatie en diagnosticerend onderwijzen,
- leerlingen toetsen met methodeonafhankelijke toetsen,
- toetsresultaten met het team bespreken en interpreteren, eventueel met het zorgteam,
- leerling-gedrag observeren,
- werk van leerlingen beoordelen,
- de leerprestaties van de leerlingen in voor de diagnostiek bruikbare categorieën ordenen,
- regelmatig leerling-besprekingen houden met het hele team,
- regelmatig terugkerend overleg voeren met de collegiale consultatiegever (als contactpersoon vanuit SBO) over de signalering van en hulpverlening aan probleemkinderen,
- Het eigen handelen evalueren.
Wanneer een leerling binnen de groep opvalt in gedrag of prestaties zal dit in eerste instantie door de groepsleerkracht gesignaleerd worden. Bij hem/haar ligt dan de verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar de oorzaak van deze problemen. De leerkracht zal informatie over de leerling inwinnen, bijvoorbeeld door het raadplegen van het dossier en/of collegae. De leerkracht gaat in gesprek met de ouders om informatie in te winnen en informatie over het gedrag op school te geven. Ook zijn diverse onderzoeksinstrumenten op school beschikbaar om afwijkend gedrag of afwijkende prestaties nader te analyseren. Vervolgens schrijft de leerkracht een zogenaamd handelingsplan (HP1): voor een periode van globaal acht weken wordt vastgelegd vanuit welke gedachte, welke middelen worden ingezet met welk doel. Na acht weken wordt dit handelingsplan geëvalueerd en wordt bepaald of er verdere actie nodig is. Zo niet wordt deze fase van extra zorg afgesloten en komt het handelingsplan in het leerling-dossier.
Wanneer de resultaten van deze eerste handelingsfase niet bevredigend zijn, treedt de leerkracht in overleg met de IB en komt de leerling in de tweede (intensievere) fase van extra zorg. Opnieuw wordt een nadere probleemverkenning (waarbij ook externen kunnen worden ingezet) uitgevoerd en een handelingsplan (HP2) opgesteld. De uitvoering hiervan kan, in overleg met de IB en ouders, ook worden uitgevoerd buiten de groep, door de interne remedial teacher (RT) of door een externe deskundige. Ook deze fase van zorg wordt na acht weken geëvalueerd.
Wanneer (leer)problemen structureel blijken te zijn kunnen we besluiten om een kind binnen onze school te handhaven op een eigen individueel leerprogramma. Dit wordt ook schriftelijk vastgelegd in een handelingsplan (HP3).
Mochten de problemen rond een bepaalde zorgleerling daartoe aanleiding geven dan kunnen we komen te staan voor de vraag of de leerling nog wel verantwoord op school kan worden begeleid. In overleg met de ouders kan dan worden besloten om de leerling aan te melden bij de PCL: de Permanente Commissie Leerlingzorg. Dit onafhankelijke orgaan beoordeelt op verzoek van de ouders of de school voldaan heeft aan de zware eisen rondom leerlingzorg, met andere woorden: heeft de school voldoende inspanningen verricht om te voorkomen dat deze leerling naar een school voor Speciaal Basisonderwijs verwezen moet worden. Is dat inderdaad het geval, dan geeft de commissie een beschikking af waarmee de leerling binnen het SBO kan instromen.
Als in de loop van het jaar in een contact tussen ouders en leerkracht besloten wordt de leerling door een externe deskundige te laten onderzoeken, wordt dit gemeld aan de IB, met kopieën van de verschafte informatie.
